Voorzitter, Mijnheer de minister, Collega’s ‘Mensen die uit de echt scheiden, moeten meestal een moeilijke en harde periode doorstaan. (…) Wanneer de woning in eigendom is van de beide (ex-)partners, is de verdeling ervan een bijzonder netelige kwestie. Naast de emotionele geladenheid die een dergelijke verdeling met zich meebrengt, heeft ze ook een financieel gevolg dat niet te onderschatten is en dat voor extra problemen kan zorgen. Die financiële component (…) wordt nog eens verzwaard door de belasting van 1 procent registratierechten die wordt geheven bij een verdeling van onroerende goederen.’ Met deze woorden lichtten zes Vlaams volksvertegenwoordigers van CD&V op 26 februari 2004 een voorstel van decreet toe waarmee ze het zogenaamde verdeelrecht wilden hervormen. Eigenlijk haalden ze hun mosterd uit een brochure waarmee Sp.a-Spirit zichzelf als “Ideeënfabriek” in de markt trachtte te zetten. Onder de titel ‘Geen extra belastingen op je huis als je uit elkaar gaat’ noemde de toenmalige voorzitter van die partij dit verdeelrecht ‘een belasting op tegenspoed. Op zo’n moment spuwt de overheid de mensen in het gezicht. Zelfs de meest fervente democraat, overtuigd van de noodzaak van belastingen, slaat dan aan het twijfelen.’ (Knack, 4 februari 2004). Acht jaar later is van die morele afweging en verontwaardiging geen spoor meer te bekennen. Integendeel. In het najaar van 2011 wordt de begroting voor 2012 opgesteld op basis van ondertussen achterhaalde groeicijfers. Tijdens de parlementaire behandeling van die begroting kondigt de Regering om die reden een vroege begrotingscontrole aan in het voorjaar van 2012. Die vervroegde budgetcontrole vindt plaats in februari 2012. Eén van de maatregelen die in het kader van deze budgettaire bijsturing wordt voorgesteld is de verdubbeling van het tarief op het verdeelrecht. De geschatte opbrengst bedraagt voor 2012 30 miljoen euro. Het verdeelrecht wordt geheven in verschillende situaties maar het grootste deel van de opbrengst komt van scheidende koppels die samen over een woning beschikken. De relatie loopt op de klippen en om de schade te beperken wil één partner het onroerend goed ‘overkopen’. Hierop wordt nu een belasting van 1 % geheven. Bij ontwerp ingediend op 14 maart wil de regering deze miserietaks verhogen naar 2 % maar tijdens de behandeling in commissie zal de taks door amendering vanwege de meerderheid verder verhoogd worden tot 2,5 procent. Het is met andere woorden een pure belastingverhoging om extra inkomsten te verwerven. Een beleidsmatige argumentatie wordt op geen enkel moment ontwikkeld. Alleen de Minister-President maakt tijdens een toelichting voor de commissie gewag van het oneigenlijk gebruik van de wetgeving door natuurlijke personen die een onroerend goed aankopen samen met een rechtspersoon. Evenwel wordt op geen enkel ogenblik door de Regering een poging ondernomen om deze situatie te isoleren en het oneigenlijk gebruik te bestrijden. Afgaand op het door de Regering ingediende ontwerp van decreet, moeten we concluderen dat er gewoon geen argumentatie bestaat : het in het Parlement neergelegde stuk bevat geen echte memorie van toelichting, enkel een artikelsgewijze commentaar en die is zelfs korter dan de aftiteling met de namen van de bevoegde ministers. Er is ten andere iets merkwaardig aan de hand met die ondertekening. Het voorontwerp werd getekend door de minister-president en de bevoegde minister voor Financiën. Gezien het een belasting is lijkt mij dit logisch. Maar het ontwerp dat werd ingediend in het parlement draagt plots ook de handtekening van mevrouw Lieten. De klassieke welwillendheid van socialisten voor de verhoging van belastingen verklaart wellicht dat mevrouw Lieten te laat besefte dat deze belasting haaks staat op haar bevoegdheidsdomein inzake armoedebestrijding. Iedereen in bad zal de minister-president dan maar gedacht hebben. Het zal de SPa via collega Van Malderen later dwingen tot wat rood gemopper over een sociale correctie maar dat was enkel maar schone schijn. Ik kom daar straks uitvoerig op terug. Aangezien de Regering zelf geen beleidsmatige argumentatie ontwikkelt, is het aan het Parlement om een beleidsmatige toetsing te doen. Open VLD kan alleen maar vaststellen dat het ontwerp van decreet indruist tegen niet alleen constant beleid van het verleden, maar ook tegen aangekondigd toekomstig beleid. Ik geef drie meerjarige beleidslijnen van het verleden. 1. Het ontwerp van decreet gaat regelrecht in tegen een beleidsoptie die reeds jarenlang door alle meerderheden, ongeacht haar samenstelling, wordt gehuldigd, met name het faciliteren van het verwerven van een eigen woning. 2. Het ontwerp van decreet gaat ook regelrecht in tegen wijzigende wetgeving op het vlak van echtscheidingen die er steevast naar streeft de conflictperimeter zoveel als mogelijk te beperken. Op de hoorzitting was mevrouw Inge Pasteels, projectcoördinator Scheiding in Vlaanderen, hierover bijzonder duidelijk : “Echtscheiding is een levenslooprisico. Een extra kost toevoegen aan de verdeling op het moment van de scheiding maakt de negatieve gevolgen van een echtscheiding scherper en maakt de tegenstellingen groter. Die bijkomende lasten gaan in tegen diverse wettelijke evoluties. Streven naar korte duurtijden van procedures, naar een vermindering van conflict en naar een toename van co-ouderschap – gefaciliteerd door behoud van de gezinswoning - en tegelijk verhogen van de lasten op moment van scheiding bijvoorbeeld op die gezinswoning is paradoxaal. De slaagkansen om na scheiding snel en conflictloos opnieuw een stabiele leefsituatie voor alle betrokkenen te realiseren, worden door het ontwerp beknot. Mogelijke toename van verkoop aan derden verhoogt gevoel van onbillijkheid van de verdeling en verhoogt het conflictgehalte.” 3. Het ontwerp van decreet breekt ook met de traditie om, sinds het Lambermontakkoord, de eigen Vlaamse fiscale bevoegdheden te hanteren als hefboom voor beleid. De verlaging van de registratierechten, de meeneembaarheid en het abattement, hadden de bedoeling mensen aan te moedigen vastgoed aan te kopen of hun huis te verkopen om een ander aan te kopen, bij uitbreiding van het gezin of om dichter bij hun (nieuw) werk te wonen. Waar moeten we hier de beleidssturing zoeken? Meestal kan die afgeleid worden uit het antwoord op de vraag wie het gelag betaalt. Het antwoord is alsdan onthutsend: het kan toch niet de bedoeling zijn om partners tussen wie het echt niet meer klikt het moeilijker te maken uit elkaar te gaan? Maar zoals gezegd, niet alleen breekt het ontwerp van decreet met zeer weloverwogen beleidskeuzes uit het verleden, het staat ook haaks met beleidsvoornemens die de Vlaamse Regering zelf stelt. Ik geef er u één heel erg belangrijke, het bestrijden van de toenemende armoede. 1. Nogmaals citeer ik uit de hoorzitting, en meer in het bijzonder de uiteenzetting door mevrouw Inge Pasteels : “ Een extra kost toevoegen aan verdeling kan bijkomend de sociaal-economisch meest zwakke partij benadelen en de verschillen in terugval en in herstel naar gender en/of opleiding versterken.” 2. Ook de kinderrechtencommissaris liet zich niet onbetuigd: 1) Financieel bekeken is een scheiding een zware dobber. Met het voorliggende ontwerp van decreet komt het prijskaartje voor een scheiding nog hoger te liggen 2) Hoewel kinderen niet rechtstreeks betrokken zijn bij deze materiële verdeling, raakt het wel hun levenskader. Onder meer het recht van kinderen om een passende levensstandaard te genieten, zoals geformuleerd in artikel 27 van het Internationale Kinderrechtenverdrag, kan hier in het gedrang komen. 3) Ouders die hun ouderschap reorganiseren via een toebedeling van de gezinswoning aan één van hun beide staan voor een hogere kost als het verdelingsrecht wordt opgetrokken. Deze maatregel druist in tegen een ondersteuningsvisie. 4) Een verhoging van het verdelingsrecht is voor ons een gezinsonvriendelijke maatregel, die scheidende ouders en kinderen in een kwetsbare periode treft. 5) Vanuit een ondersteuningsvisie is het zinvol om kosten en drempels bij scheiding en reorganisatie van het ouderschap zo laag mogelijk te houden. In die zin valt ook te overwegen om de kosten bij een verdeling van een onroerend goed bij een echtscheiding met kinderen gewoon af te schaffen. Kortom, het voorstel van Open VLD, Groen en LDD. 3. Zo kom ik op het advies van het steunpunt tot bestrijding van armoede. Samengevat was de conclusie van het Vlaams steunpunt: “uit armoede-onderzoek weten we dat alleenstaanden met kinderen een sterk verhoogd risico op armoede kennen. Het lijkt ons dan ook belangrijk om na te gaan welke impact deze maatregel kan hebben. Het lijkt ons daarnaast ook belangrijk om de politieke motivatie na te gaan toen de reeds bestaande maatregel werd ingevoerd en deze af te toetsten aan de actuele beleidsoriëntaties.” Mevrouw Lieten, hebt u de door uw steunpunt gevraagde armoedetoets uitgevoerd? Ik besef dat de toets volgens het Vlaams actieplan Armoedebestrijding pas tegen 2014 wordt ingevoerd maar voor deze maatregel leek mij een ad hoc toetsing noodzakelijk en voor uw politieke geloofwaardigheid als socialist ook uw beste verdediging. Maar u houdt deze keer de lippen stijf op elkaar en liet uw fractie als een zetbaasje een schijnmanoever uitvoeren door aan te dringen op een sociale bijsturing die er uiteindelijk helemaal geen bleek te zijn. Ik kom daar later nog op terug. En dan rest de vraag van het steunpunt naar de politieke motivatie bij de oorspronkelijke invoering en de confrontatie met de beleidsoriëntatie vandaag. Ook deze blijft onbeantwoord. Maar ik zal u wat helpen. De oorspronkelijk wetgeving op de registratierechten dateert van 19 december 1790. Omdat de eerste revolutionairen er een enorme juridische puinhoop van hadden gemaakt werd het integraal herwerkt op 22 Frimaire van het jaar VII of 12 december 1798. Maar, mevrouw de minister, van een verdeelrecht was nog geen sprake. We kunnen de revolutionairen dsu met rust laten. De invoering van het bijzonder recht op verdelingen gebeurde pas op 15 mei 1905. Willen we de oorspronkelijke politieke motivatie kennen waarnaar het steunpunt vraagt dan moeten we dus teruggrijpen naar de parlementaire handelingen bij de wet van 15 mei 1905. Wat was het beleidskader in 1905? Aan de macht is de regering Paul De Smet – De Naeyer II (1899-1907), gevormd door een absolute meerderheid van de Katholieke partij. Met tegenzin hadden de katholieken in 1831 bij de invoering van het burgerlijk wetboek aanvaard dat de echtscheidingsregels werden overgenomen uit de code napoleon van 1804. In de loop van de 19de en begin 20ste eeuw poogden zij echter telkenmale door nieuwe regels de echtscheidingen zoveel als mogelijk te bemoeilijken. Zo kwam ik in datzelfde jaar 1905 een andere wet tegen namelijk deze van 11 februari 1905. Deze wet verlengde de echtscheidingsprocedure onderlinge toestemming met zes maanden. Om de politieke tijdsgeest een beetje te vatten raad ik u het werk aan “de levenskracht der bevolking” verschenen in 2010 aan de KUL. Ik citeer uit een hoofdstuk geschreven door Leen Van Molle over de eerste decennia van de 20ste eeuw. Voor katholieken is de echtscheiding met onderlinge toestemming een godslastering. Het is de negatie van het sacramentele karakter van het huwelijk en markeert de achteruitgang van het beschavingspeil. Mevrouw de minister, in 1905 waren er 110 echtscheidingen per 10.000 huwelijken of 1,1 procent. Maar ook die schamele 1,1 procent moest maar aan de kassa passeren wanneer ze de euvele moed hadden om toch te scheiden. Nu was scheiden in die tijd hoe dan ook zo duur en omslachtig dat vooral de rijkere bourgeoisie zich dit recht kon voorbehouden. Met andere woorden, echtscheidingen waren zo marginaal en ongewenst dat de wetgever aan de gevolgen van deze verdeeltaks op dat vlak nauwelijks of geen aandacht besteedde. Mevrouw Lieten, vandaag zijn er meer dan 70 procent echtscheidingen, dus geen recht meer van de rijke bourgeoisie maar van iedereen. In tegenstelling tot 1905 moet u de gevolgen van deze belastingverhoging dus wel degelijk grondig in kaart brengen. Alle reacties uit de sector zijn uni sono: de verhoging met 150 % zal de armoede die vaak het gevolg is van scheiden verder uitdiepen. Kunt u dus een antwoord geven op de vraag van uw steunpunt om deze verhoging te rechtvaardigen vanuit uw eigen beleidsoriëntatie? En kom dan niet af met de sociale correctie. Ze is niet alleen onethisch maar helpt de gezinnen daarenboven niet. Laat mij eerst even uitleggen waarom de zogenaamde sociale correctie onethisch is. Het fiscaal voordeel beoogt aandacht te hebben voor de sociale noden en de gezinsaspecten bij een relatiebreuk. Dat is nobel maar voor Open VLD zijn die sociale noden en de gezinsaspecten bij een relatiebreuk voor alle gezinnen gelijk, ongeacht of de partners gekozen hebben voor het huwelijk, een samenlevingscontract of gewoon samenwonen met de liefde als enig bindmiddel. Voor deze regering is dat niet het geval. Het abattement en de vrijstellingen gelden wel voor koppels die gehuwd zijn of wettelijk samenwonend maar wie enkel voor de liefde en niet voor een juridische band heeft gekozen heeft pech en betaalt de volle pot. Ook de kinderen die uit deze liefde zijn geboren zijn de dupe. Voor iedereen in dit halfrond zou deze vorm van expliciete discriminatie onaanvaardbaar moeten zijn. Ik heb dit onaanvaardbaar onderscheid in de commissie herhaaldelijk aangeklaagd. Maar vruchteloos. Ook de Raad van State liet zich over dit onderscheid meer dan kritisch uit. Naar aanleiding van haar eerste advies verwees de Raad al naar rechtspraak van het Grondwettelijk Hof en stelde de Raad uitdrukkelijk dat “gelet op het vooropgestelde doel van de regeling er geen verantwoording voorhanden lijkt te zijn waarom het voordeel niet eveneens zou moeten gegeven worden bij een feitelijk samenwoningsverband.” Na dit advies ondernam de meerderheid een poging om een verantwoording op te stellen. Alhoewel de meerderheid overtuigt was hierin te zijn geslaagd was de voltallige oppositie dat niet. In een nieuw advies buisde de Raad van State ook deze verantwoording . En terecht. “het argument van de meerderheid dat partners hun samenleving hebben geformaliseerd lijkt geen adequate verantwoording om het fiscale voordeel aan feitelijk samenwonenden te ontzeggen gelet op het normdoel van het fiscaal voordeel zijnde de sociale noden en de gezinsaspecten bij een relatiebreuk. “ Maar wat baten kaars en bril als de uil niet zien wil. Collega’s, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal dit decreet de toets van het Grondwettelijk Hof niet doorstaan. En die toets zal er snel komen gezien er voldoende feitelijk samenwonenden zijn die bij het uit elkaar gaan er alle belang bij hebben de vernietiging aan te vragen. Het is erg dat deze meerderheid wetens willens een decreet zal stemmen dat de rechtspraak niet zal overleven. Maar misschien hoopt mevrouw Lieten op vernietiging maar durft ze dat na Uplace niet meer luidop zeggen. Maar heel even vloog een zwaluw in het halfrond. Collega Bart Van Malderen deelt op 17 april mee een amendement klaar te hebben met het oog op het sociaal corrigeren van het ontwerp. Hiermee geeft ook de SPa ook impliciet toe dat het ontwerp a-sociaal is. Collega Van Malderen geeft uitleg aan de toch wel verraste pers: “De bedoeling is om de perverse effecten van de taks eruit te filteren", zegt hij. "Bij voorkeur schroeven we de taks bij echtscheidingen helemaal terug naar nul maar er is natuurlijk ook de budgettaire realiteit. We willen niet raken aan de begroting in evenwicht, dus we zullen zien waar we uitkomen in overleg met onze coalitiepartners." Ondertussen hebben we dus gezien waar dit overleg met de coalitiepartners is uitgekomen. Nergens. Minstens niet ergens waar de reeds getroffen koppels beter van worden. De budgettaire realiteit gaat voor op het wegwerken van de perverse effecten. Maar wat is die budgettaire realiteit? De realiteit is dat deze regering op een budget van 26.600 miljoen euro geen 40 miljoen alternatieve besparingen vindt. De realiteit is dat deze regering de uitgaven niet wil verminderen met amper 0,15% om deze verdeeltaks te vermijden. De realiteit is dat deze regering een kindpremie met ongeveer eenzelfde budgettaire kost invoert die gefinancierd zal worden ten koste van scheidende koppels en hun kinderen. De realiteit is dat de aangekondigde groei van onze economie met 0,5 procent meer dan volstaat om deze miserietaks niet alleen niet te verhogen maar zelfs zoals Open VLD voorstelt volledig af te schaffen. En wat is de realiteit van de door de SPa gevraagde sociale correctie? De realiteit is dat alle scheidende koppels zonder kinderen, zijnde 32 procent van alle echtscheidingen, in alle omstandigheden een aanzienlijke belasting zullen moeten betalen die voor een modale gezinswoning van 300.000 euro zal oplopen tot 6.250 euro. De realiteit is dat alle scheidende koppels met 1 kind, 2 kinderen, ja zelfs 3 kinderen, zijnde 66 procent van alle echtscheidingen, met een modale gezinswoning van 300.000 euro tot 2.750 euro extra belastingen zullen moeten betalen. De realiteit is dus dat 98 procent van alle scheidende koppels met een gezinswoning van minstens 200.000 euro het slachtoffer worden van dit decreet. Welk pervers effect heeft de SPa hier weggwerkt? Dat één zwaluw nog geen zomer maakt is dus duidelijk. En de weergoden geven mij dit jaar meer dan volmondig gelijk. Ik denk dat de definitie van pervers voor CDV, NVA en SPa niet deze is van Open VLD. Voor Open VLD is pervers het onnodig bemoeilijken van het uit elkaar gaan van partners Voor Open VLD is pervers de financiering van de kindpremie te laten voorgaan op het bestrijden van armoede ingevolge scheiding Voor Open VLD is pervers gezinnen die enkel gekozen hebben uit de liefde voor elkaar zonder juridische band slechter te behandelen dan wettelijk samenwonenden en gehuwden. Voor Open VLD is pervers kinderen het slachtoffer te maken van die keuze door gewoon samenwonenden te discrimineren in het abattement Voor Open VLD is pervers geen sluitende regeling in te bouwen voor gehandicapte kinderen. Collega’s, Het voornemen van de Vlaamse regering om dit verdelingsrecht met 150% te doen stijgen is dan ook niet enkel uitermate cynisch maar bovendien immoreel en zelfs inhumaan. Een overheid moet mensen helpen om (terug) op eigen benen te staan en niet verder richting armoede duwen. Het woord “miserietaks” is dus niet zomaar een oneliner van de oppositie maar een terecht epitheton. Beleidsmatig kan geen enkel argument gevonden worden om dit ontwerp van decreet te steunen. De titel van het Regeerakkoord luidt : “Een daadkrachtig Vlaanderen in beslissende tijden.” Met als ondertitel: “Voor een vernieuwende, duurzame en warme samenleving.” Inhoudsloze woorden wanneer men ze confronteert met dit ontwerp van decreet. Open VLD vraagt u dit decreet te wijzigen door de amendementen 19 en 20 van Open VLD, Groen en LDD goed te keuren omwille van - de inhumane fiscale behandeling van partners die beslissen uit de echt te scheiden - de discriminatoire behandeling van feitelijk samenwonenden - de discriminatoire behandeling van gehandicapte kinderen voor wat betreft het abattement - de technisch moeilijke uitvoerbaarheid en ectra taakbelasting van de FOD Financiën - de strijdigheid met het weloverwogen gevoerde beleid in het verleden - de strijdigheid met het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding - en wat de meerderheid betreft omwille van de strijdigheid met het regeerakkoord. Als u dat niet doet is dit een dag van schaamte.