De Vlaamse Regering stelt immers voor om de verschillende regionale radio’s gelijkwaardig te behandelen met landelijke radio’s, wat een serieuze meerkost met zich meebrengt. Tommelein: “Ik begrijp dat de minister ongelijkheden wil wegwerken. Als de regionale radio’s de facto tot een landelijke radio zijn verworden moeten ze op eenzelfde manier behandeld kunnen worden. Maar dan vind ik ook dat alle ongelijkheden moeten worden weggewerkt. Er is immers een duidelijk verschil in de kwaliteit van frequenties. Vandaag heeft de door de overheid gesubsidieerde VRT de beste radiofrequenties waarmee ze meer dan 60% marktaandeel bezet. Daarnaast zijn er tal van lokale radio-initiatieven, die vaak onder hoge auteursrechten gebukt gaan. Het wordt dus dringend tijd dat we in het Parlement het debat kunnen voeren over het toekomstig radiolandschap. In 2016 moet een nieuw frequentieplan voorliggen, maar zolang kunnen we onmogelijk wachten om het debat te openen.” Voorstel van decreet Daarnaast heeft Bart Tommelein, samen met collega’s Bart Caron en Jurgen Verstrepen, een voorstel van decreet ingediend om een beroepsmogelijkheid te creëren tegen beslissingen van de Vlaamse Mediaregulator. “Alhoewel deze vraag al herhaaldelijk uit de mediasector werd aangehaald, hoewel de SARC meermaals heeft aangedrongen op een echte beroepsmogelijkheid, heeft de Vlaamse Regering nagelaten dit te voorzien via de wijzigingen van het mediadecreet. In een rechtsstaat moeten de rechten van de verdediging ook degelijk gevrijwaard worden. Daarom heb ik samen met de collega’s een voorstel ingediend om een snelle en degelijke beroepsprocedure mogelijk te maken tegen beslissingen van de Vlaamse Mediaregulator. Deze procedure verloopt analoog aan de beroepsprocedure tegen beslissingen van het Belgisch Instituut voor Post en Telecommunicatie (BIPT)”, aldus Tommelein.