Angela Merkel heeft vandaag de keuze: wil ze de geschiedenis ingaan als Robert Schuman, die de Europese architectuur uittekende of als Otto von Bismarck die ten koste van anderen het jonge Duitsland mentaal deed overheersen in Europa. Ook François Hollande moet kiezen: wil hij de geschiedenis ingaan als Jean Monnet, die de Europese eenmaking mee uittekende of als Napoleon Bonaparte, die ondanks zijn kortstondige Europese overheersing, het begin van het einde van de Franse almacht inluidde. De inzet is enorm: onze munt, onze markt, ons Europees project. Als Merkel koppig blijft volhouden dat elke vorm van Europese schuldmutualisering onbespreekbaar is, komt ze aan het hoofd van een verzwakt Europa. Schulden bundelen via euro-obligaties, een Europees schuldagentschap of een schuldaflossingsfonds moet immers de tanende kredietwaardigheid van de Piigs-landen opkrikken. Anders raken de Europese landen nooit uit de spiraal van slecht overheidspapier dat banken in gevaar brengt die dan weer gered moeten worden door verzwakte overheden die zo hun begroting verder in het rood duwen. François Hollande op zijn beurt moet begrijpen dat op tafel slaan voor Europese groeimaatregelen zonder fiscale en budgettaire discipline te aanvaarden, het soort beleid is dat de crisis mee heeft veroorzaakt. Wie een gezamenlijk beheer van Europese schulden bepleit en een Europees relancebeleid wil opzetten, moet bereid zijn verantwoording af te leggen aan de andere lidstaten en de Europese Commissie. Niemand belet Hollande trouwens zijn Frans herstelbeleid al op te starten. Hij kan daarbij inspiratie opdoen bij Duitsland, dat de voorbije twintig jaar via loonmatiging en slimme arbeidsmarkthervormingen massaal jobs creëerde voor laaggeschoolde arbeiders. Duitsland is het levende bewijs dat een politiek die aanvankelijk werd weggezet als ‘inleveren' en ‘bezuinigen' op langere termijn groei oplevert. Soevereiniteit vraagt solvabiliteit Een keuze tussen de Franse of de Duitse strategie zou een halve oplossing zijn. Daarom is het des te bevreemdender dat er nog steeds gediscussieerd wordt over wat eerst moet komen: meer budgettaire discipline of een Europees relanceplan. Alsof we die keuze nog zouden hebben. De Europese top van vandaag moet ondubbelzinnig de weg kiezen van verdere Europese eenmaking en de nota-Van Rompuy is hierin een essentiële eerste stap. Met meer bevoegdheden voor de Europese Commissie om in te grijpen in nationale begrotingen, een gezamenlijk economisch beleid en een versterking van de Europese democratie. In die context lijkt het Franse verzet tegen het overdragen van nationale soevereiniteit aan Europa steeds meer op een achterhoedegevecht. Ten eerste houdt soevereiniteit op waar solvabiliteit stopt, zoals oud-Commissievoorzitter Jacques Delors terecht zegt. Een land dat niet meer in staat is zijn schuldenlast alleen te dragen is de facto de budgettaire controle kwijt. Daarnaast is de betekenis van nationale soevereiniteit in een geglobaliseerde wereld ver te zoeken. Welke invloed hoopt Frankrijk vandaag nog in zijn eentje te hebben op het wereldtoneel? Economisch is het land volledig ingekapseld in de Unie en geopolitiek is de Franse grandeur verder weg dan ooit. Soevereiniteit betekent vandaag enkel nog iets in zoverre het gebundelde soevereiniteit is. Democratische vernieuwing Nationale soevereiniteit opgeven is geen probleem op voorwaarde dat het Europa van morgen democratischer is. Een verdere Europese integratie vraagt een sterkere democratische legitimering. Niet via eenmalige referenda, maar wel door een fundamentele democratische vernieuwing van de Unie. Met een rechtstreeks verkozen voorzitter van de Europese Commissie, die moet functioneren als een echte Europese regering, gecontroleerd door het rechtstreeks verkozen Europees Parlement dat op gelijke voet staat met de Europese Raad. In zijn toespraak tot de algemene vergadering van de Verenigde Naties in 1948 sprak Robert Schuman al over de totstandkoming van een Europese publieke opinie. Hij verheugde zich erover dat het opzetten van een politieke unie gedragen werd door de Europese publieke opinie. De realiteit vandaag is anders. Europese leiders durven niet anders dan slaafs hun nationale publieke opinie te volgen. Terwijl we meer dan ooit nood hebben aan wervend Europees leiderschap. Soms lijkt het wel alsof er meer overtuigde Europeanen in de VS wonen dan op het oude continent. George Soros schreef onlangs dat het Europees project opnieuw de creatie van een ‘open samenleving die de verbeelding van mensen aanvuurt' moet zijn. Niemand van de Europese staats- en regeringsleiders durft vandaag nog in die termen over Europa te spreken. De Europese Raad is niet langer ‘heraut van de Europese gemeenschap' zoals Schuman in 1948 zei. Dat is de inzet van deze Europese top: kiezen Merkel en Hollande voor Monnet en Schuman of voor Bismarck en Napoleon? Willen ze architecten zijn of generaals? Deze opiniebijdrage verscheen in De Standaard, 28 juni 2012