Mijnheer de voorzitter,
Beste Herman,
Op uw initiatief houden de staats- en regeringsleiders op 11 februari een informele top over wat je samenvattend 'de staat van de Unie' zou kunnen noemen. Ik denk dat dit een goed initiatief is dat niets te vroeg komt, want inmiddels is het nieuwe Lissabonverdrag al meer dan twee maanden van kracht.
Het minste wat je kunt zeggen is dat het niet goed gaat met de Unie. Het aantal mis- en tegenslagen stapelt zich op. Denken we maar aan de dramatische uitkomst van Kopenhagen waar een akkoord werd gesloten buiten de Europese Unie om; aan de gebrekkige coördinatie bij de hulpverlening aan Haïti; of aan de neerwaartse spiraal waarin de eurozone is terechtgekomen naar aanleiding van de moeilijkheden in Griekenland. Het feit dat de Amerikaanse president niet naar de EU-VS-top in Madrid zal komen, is eveneens veelbetekenend.
We weten beiden dat dit geen toevallige tegenslagen zijn. Het volstaat om eenmaal het vliegtuig naar Beijing of Sjanghai te nemen om er van overtuigd te zijn dat er meer aan de hand is, dat er een nieuwe multipolaire wereld in aantocht is waarin de macht en de invloed van de Europese landen tanend is. Uit de aanslagen van 9/11 en de financiële crisis van september 2008 is een nieuwe wereldorde geboren die onverbiddelijk is voor de (voorbijgestreefde) nationale waan van de meeste Europese lidstaten. De verwachte groei voor 2010 voor de Eurozone bedraagt slechts 0,9 procent van het bbp, terwijl dat voor China 10, voor India 7, voor Brazilië 4,8 en voor de VS 4,4 procent is. Ten laatste in 2050 zal de G7 niet langer bestaan uit de VS, Frankrijk, het VK, Duitsland, Italië, Japan en Canada, maar uit China, India, Brazilië, Rusland, Mexico, Indonesië en de VS.
Absurd
De strategie die Europa hiertegen in 2000 in stelling bracht, heeft allerminst de verwachtingen ingelost. De zogenaamde Lissabonstrategie zou de economie van de Unie omvormen tot de 'meest competitieve kenniseconomie van de planeet'. Die doelstelling is nauwelijks waargemaakt. We hebben, om maar één voorbeeld te geven, onze achterstand inzake investeringen in onderzoek & ontwikkeling geenszins ingelopen. De EU blijft steken op een luttele 1,77 procent waar Japan 3,39 en de VS 2,66 procent van hun bbp investeren.
De reden voor dit falen valt ook gemakkelijk te achterhalen: de Lissabonstrategie is veel te vrijblijvend. De open coördinatiemethode degradeert de rol van de Unie tot een studiebureau dat de resultaten van de nationale economieën van de lidstaten met elkaar vergelijkt om dan wat vrijblijvende aanbevelingen uit te sturen. Een rol die vandaag de Oeso al speelt. Maar nog belangrijker is dat de Lissabonstrategie blijft uitgaan van in wezen nationale economische strategieën. In de geglobaliseerde wereldeconomie van vandaag is dat een absurd en onhoudbaar uitgangspunt. Enkele voorbeelden waar minstens coördinatie noodzakelijk is, zijn het uitzuiveren van de banken om kredietverstrekking opnieuw op gang te trekken of het doorvoeren van de noodzakelijke hervormingen op arbeidsmarkt of in het pensioenstelsel. Uiteraard geldt dit nog meer voor de eurozone, waarvan de deelnemende landen door een gemeenschappelijke munt onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De ontwikkelingen in Griekenland, de dreigende besmetting van andere eurolanden en de verzwakking van de munt zelf die ermee gepaard gaan, zijn hier een goed voorbeeld van. Door de ingrepen niet door de ECB of de Europese Commissie te laten opleggen en ze te koppelen aan een steun bij de dekking van de schuld zelf (bijvoorbeeld door de uitgifte van euro-obligaties) werd Griekenland als het ware overgeleverd aan de internationale kapitaalmarkten, met andere woorden aan de speculanten en de beleggers. Zonder terdege te beseffen dat daarmee ook andere landen in het vizier dreigen te komen en de uiteindelijk de euro zelf ondergraven wordt.
EU-fast
Hoe dan ook, of het nu gaat om Haïti, Griekenland of de dramatische afloop in Kopenhagen, de reden voor dit falen is telkens dezelfde: het is omdat de lidstaten de touwtjes in handen blijven houden en omdat Europa de macht, noch de instrumenten bezit om een éénduidige aanpak mogelijk te maken, laat staan op te leggen. In de tragedie die Haïti treft, waren de diverse lidstaten erg genereus. Dat is goed, maar een EU-fast, een gemeenschappelijke Europese humanitaire interventiemacht zou heel wat sneller en efficiënter zijn geweest. Niettemin: zowel in 2003, als in 2006 waren er lidstaten die een 'EU-fast' of een 'Europe Aid' niet zagen zitten. Officieel omdat ze tegenstander zijn van het inschakelen van militaire middelen voor civiele doeleinden. In werkelijkheid omdat ze door deze hulp in eigen handen te houden, de illusie koesteren hierdoor invloed en aanzien in de getroffen landen en gespecialiseerde, internationale instellingen te behouden.
Ook Kopenhagen had wellicht een andere uitkomst gekend indien Europa één in plaats van acht vertegenwoordigers had gestuurd. De Wereldhandelsorganisatie (WTO) is een goed voorbeeld van hoe het moet én kan. In de WTO wordt naar Europa geluisterd omdat het er één woordvoerder heeft, één persoonlijkheid die namens alle 27 lidstaten beslissingen kan nemen. Dat moet ook de aanpak worden in de klimaatonderhandelingen, zoals overigens in alle internationale fora (bijvoorbeeld het IMF).
Kortom, mijnheer de voorzitter, als het de staatshoofden en regeringsleiders menens is bij het analyseren van de recente mislukkingen in de Europese Unie, kunnen zij op 11 februari maar tot één sluitende conclusie komen: Europa heeft meer eenheid en vooral veel meer integratie nodig, zo niet speelt het morgen geen enkele rol van betekenis meer. Verwijzen naar het Lissabonverdrag en hopen dat het tij wel zal keren, is onvoldoende. Integendeel. Dat blijkt uit de gebeurtenissen van de voorbije weken en maanden. Wel zal het nieuwe verdrag de macht van het Europees Parlement als de emanatie van de wil van de burgers in Europa aanzienlijk doen toenemen. Het parlement zal van die nieuwe macht ook gebruik maken. Zeker wanneer na 11 februari zou blijken dat de Europese staats- en regeringsleiders niet in staat of niet bekwaam zijn gebleken de juiste conclusies te trekken. Maar ik hoop uiteraard samen met u ten zeerste op het tegendeel.
Guy Verhofstadst, Europees fractieleider