“Nieuwe belastingen op werken, investeren en sparen zijn voor ons geen optie. Daartegen verzetten wij ons met alle macht.”
Alexander De Croo   Partijvoorzitter


Opiniestukken

Voorbij de goede bedoelingen



“Ontwikkelingshulp werkt niet, schreef Derk Jan Eppink (LDD) afgelopen vrijdag. Al te veel ontwikkelingsgeld wordt volgens hem besteed aan politiek lobbywerk en projecten in Afrika blijken nauwelijks duurzaam. EU-Commissaris voor Ontwikkelingssamenwerking Karel De Gucht antwoordt.

De Standaard van 12/11 

Wie de drama's in Congo met eigen ogen gezien heeft, spreekt niet neerbuigend over kortetermijnoplossingen. Ik ben zelf het debat over de efficiëntie in ons ontwikkelingsbeleid aangegaan en deel zelfs voor een stuk de scepsis en frustratie over de langetermijnresultaten ervan, maar ontwikkelingshulp afschaffen is geen valabele optie. Hulp beter doen werken, dàt moet de opdracht zijn.

'Vier vrouwelijke ministers van ontwikkelingssamenwerking hebben een manifest geschreven waarin ze willen breken met het beleid van hun Europese voorgangers. "Armoede is het grote morele probleem van onze tijd," luidt het fel, "niets is urgenter, geen zaak is nobeler." Maar toch loopt het al te vaak mis in ons ontwikkelingsbeleid, erkennen ze: "De ironie wil dat de armste landen vaak gebukt gaan onder een teveel aan donoren." Ze zijn daardoor zo druk bezig met het onderhouden van contacten met hulpverleningsorganisaties dat eigen inzet voor ontwikkeling erbij inschiet.'

Voorgaande passage zou gisteren geschreven kunnen zijn, maar ze komt uit Politiek van goede bedoelingen van de Nederlandse filosoof Hans Achterhuis en is tien jaar oud. Achterhuis wijst op het gevaar dat dreigt als je je goede bedoelingen laat primeren op de reële gevolgen van humanitair bedoelde interventies.

Europese hulp is verplinterd
Dat was tien jaar geleden zo, dat is vandaag nog steeds zo. Uit een doorlichting van het Europese ontwikkelingsbeleid blijkt dat de versplintering de spuigaten uitloopt: het gemiddelde Europese land is aanwezig in 73 landen, vaak met projecten die te klein uitvallen om efficiënt te kunnen zijn. Ook binnen een land is de fragmentatie enorm: in 83% van de partnerlanden is de doorsnee EU-donor actief in drie of meer sectoren. Ieder partnerland werkt met gemiddeld zeven donoren, meer dan de helft doet zaken met meer dan tien donorlanden.
 
Iedereen weet dat dit schaarse middelen verspilt en de bestuurlijke capaciteiten in de ontvangende landen overstijgt. Gezien de inzet van onze hulp en de drama's die ze geacht wordt te bestrijden is dat onaanvaardbaar. En ik zal op de Europese ministerraad volgende week stevig pleiten voor specialisatie en arbeidsverdeling tussen donoren.
 
Dat dit niet eenvoudig is, blijkt ook in de Belgische politiek, waar Vlaanderen erop staat met de eigen, beperkte middelen een individueel ontwikkelingsbeleid uit te voeren, dus met eigen accenten, eigen partnerlanden, eigen vertegenwoordigers op het terrein en eigen missies ter plaatsen.
 
Op het moment dat België en Nederland akkoorden sluiten over het delegeren van taken in Burundi, mag Vlaams geld in Mozambique niet door Belgen beheerd worden. Pikant detail: de federale hulp aan Burundi bedraagt een derde méér dan het ganse budget voor ontwikkelingssamenwerking in Vlaanderen. Wat we zelf doen, doen we beter.
 
Een betere arbeidsverdeling en specialisatie zou jaarlijks zeker 3,5 miljard euro efficiëntiewinsten opleveren. Maar ik ben het niet met Eppink eens dat dit geld terug naar de belastingbetaler moet gaan. De nood aan ontwikkelingsgeld is de komende jaren immers hoger dan ooit.
 
Pappen en nathouden
De crisis sloeg zware gaten in de financiële spankracht van de minst ontwikkelde landen. De internationale handel en grondstoffenmarkt viel zwaar terug. Bovendien dreigen veel donorlanden, als gevolg van hun nijpende begrotingssituatie, hun beloften over het groeipad voor ontwikkelingshulp de komende jaren niet na te zullen komen. Daar komt bovenop dat klimaatverandering steeds meer middelen zal opeisen.
 
We kunnen ons niet veroorloven - zowel om morele redenen als uit eigenbelang - dat Afrika verder in een vicieuze cirkel van instabiliteit, verpaupering en hopeloosheid terecht komt.
 
Ik wil daarmee niet, zoals Eppink suggereert, meer middelen voor 'pappen en nathouden'. Die terminologie geeft een onjuist beeld van de humanitaire rampen die met donorgeld en met succes bestreden worden, in de strijd tegen aids om maar één voorbeeld te geven. Wie de drama's in het Oosten van Congo met eigen ogen gezien heeft, spreekt niet zo neerbuigend over kortetermijnoplossingen.
 
Maar ook op langere termijn kan hulp een motor voor ontwikkeling zijn. Met de nadruk op kàn. Zo kreeg Zuid Korea ooit aanzienlijke steun uit het buitenland en is Botswana, tot voor de huidige crisis een van de weinige succesverhalen in Afrika, niet toevallig ook een van de grootste ontvangers van ontwikkelingshulp geweest.
 
Een niet-vooringenomen analyse van ontwikkelingshulp leert immers dat geld maar een deel van het verhaal is - zowel in positieve als in negatieve zin. Professor Paul Collier schat dat ontwikkelingsgeld de voorbije drie decennia de jaarlijkse groei in de Bottom Billion-landen met ongeveer één procent versterkt heeft, en dat Afrika zonder die hulp een verdere zware achterstand zou opgelopen hebben.
 
Het verschil tussen de landen waar hulp een positieve rol gespeeld heeft en die waar het inderdaad een eindeloze cyclus van corruptie en hulpeloosheid teweegbracht, ligt in de manier waarop fondsen besteed worden en de politieke en economische instellingen die ze ontvangen. Het verschil is dat in de positieve gevallen de ontwikkelingssector niet in de plaats getreden is van de eigen, productieve economie maar echt ondersteunend gewerkt heeft. Er is geen enkele reden waarom onze ontwikkelingshulp gedoemd zou zijn op een dood spoor terecht te komen. Als de donorlanden rekening houden met de politieke en economische context, als ze hun hulp focussen en besturen met economische efficiëntie in plaats van louter goede bedoelingen, en beseffen dat hulp niet de oplossing is, maar er wel een belangrijk deel van kan uitmaken.
 
Dat betekent ook dat we meer plaats moeten maken voor het versterken van interne democratische structuren die verantwoordelijkheidszin kunnen afdwingen, en voor voorwaardelijkheid, zowel als middel tegen zij die de afspraken rond corruptie, democratie of mensenrechten niet nakomen en als positieve incentive ten opzichte van zij die wel concrete vooruitgang boeken.
 
A-politiek is onze tussenkomst nooit. Willen we Afrikaanse landen écht helpen ontwikkelen, dan moeten we de politieke impact van onze hulp correct inschatten en zo nodig aanwenden.


12 12 november 2009  
Open Zone: Karel De Gucht
Labels: Buitenlandse zaken, Economie, Financiën, Sociale zaken en welzijn, Volksgezondheid

Terug naar het overzicht
 






Schrijf u in op onze periodieke nieuwsbrief





Meer fotos




Activiteiten







Eric Van Hoof

Nijlen

Karine Declerck

Gistel

Guy Van Hoeydonck

Zoersel

Bart Tommelein

Oostende

Steven Maes

Oostham


OPINIE
'Vergetelheid is onze grootste vijand'
“Andere werelden, andere besluitvorming”
Waarom het wereldrecord parlementaire vragen stellen niet zoveel voorstelt
Waarom de tunnel een brug te ver is
“Minister Lieten, laat u niet chanteren”


THEMA'S
Cultuur
Economie en Financiën
Milieu en energie
Mobiliteit en Openbare Werken
Onderwijs
Politie en justitie
Werk
Sociale Zaken en Welzijn
Wonen
Asiel en migratie
Buitenlandse zaken
Diversiteit